Uitspraak
20.468 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 3 juni 2019 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1982 gehuwd en ontving vanaf 2013 een AOW-pensioen voor gehuwden. Na zijn verhuizing naar Ierland in december 2018 verklaarde hij duurzaam gescheiden te leven van zijn echtgenote, die in Nederland bleef wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) startte een onderzoek naar zijn woonsituatie en besloot op 8 mei 2019 het pensioen ongewijzigd voort te zetten, omdat geen sprake was van duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat betrokkene wel duurzaam gescheiden leefde, mede op grond van het feit dat de gezamenlijke bankrekening feitelijk alleen door betrokkene werd gebruikt en dat zij apart woonden en voor eigen woonlasten zorgden. De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat beide echtgenoten ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat het niet samenwonen op zich onvoldoende is. De Raad vond dat de gezamenlijke woning, de gezamenlijke bankrekening, het testamentaire benoemen van elkaar en sporadisch contact wijzen op een zekere mate van zorg en financiële verstrengeling. Daarom was er geen duurzaam gescheiden leven op het moment van het bestreden besluit.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van de Svb ongegrond. De Svb was bereid betrokkene als duurzaam gescheiden levend te beschouwen vanaf het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek eind 2019.
De uitspraak werd gedaan door M. Wolfrat op 8 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft ongewijzigd als voor een gehuwde pensioengerechtigde.