ECLI:NL:CRVB:2021:1782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kinderalimentatie
Appellante ontvangt sinds februari 2019 bijstand als alleenstaande ouder met drie minderjarige kinderen. In een onderzoek naar alimentatiebetalingen van haar ex-partner bleek dat zij over de periode mei tot en met juli 2019 contante kinderalimentatie ontving, wat zij in een verklaring van 15 augustus 2019 bevestigde. Het college heeft daarop de bijstand over die periode herzien en een bedrag van € 1.050,- teruggevorderd wegens het niet melden van deze alimentatie.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij in werkelijkheid geen contante alimentatie had ontvangen en dat haar latere verklaringen dit onderbouwen. De Raad oordeelde dat de verklaring van 15 augustus 2019, ondertekend door appellante en haar ex-partner, geacht moet worden juist te zijn, mede omdat de ex-partner dit ook verklaarde en bankafschriften de contante betalingen bevestigen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van deze verklaring af te wijken.
Verder stelde appellante dat zij met de verklaring van 15 augustus 2019 aan haar inlichtingenplicht had voldaan, maar de Raad oordeelde dat deze verklaring alleen voor het verhaalsonderzoek was bedoeld en niet aan de juiste afdeling van de gemeente was verstrekt. Hierdoor was sprake van een schending van de inlichtingenplicht.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; bijstand herzien en terugvordering bevestigd wegens niet gemelde kinderalimentatie.