Uitspraak
18.5013 AKW, 19/2631 AKW
OVERWEGINGEN
,met bijlagen, de Svb verzocht om een bedrag van € 8.222,28 dat het van appellante tegoed heeft aan het CAF over te maken.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een bericht van het Franse uitkeringsorgaan (CAF) dat zij een bedrag aan te veel ontvangen Franse gezinsbijslag moest terugbetalen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) berekende daarop de Nederlandse gezinsbijslag opnieuw en stelde voor om het te weinig ontvangen bedrag te verrekenen met de Franse vordering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit voorstel en tegen de daaropvolgende verrekening, maar de Svb verklaarde het eerste bezwaar niet-ontvankelijk en wees het tweede bezwaar af. De rechtbanken bevestigden deze beslissingen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij procesbelang had bij het bezwaar tegen het voorstel en dat de verrekening geschorst had moeten worden op grond van artikel 81 van Pro Verordening 987/2009 omdat zij de vordering betwistte. De Raad oordeelde dat het verkrijgen van een proceskostenveroordeling geen procesbelang vormt en dat artikel 81 niet Pro van toepassing is op verrekening maar op invordering buiten verrekening om.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkheid niet-ontvankelijk en bevestigde de afwijzing van het bezwaar tegen de verrekening. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep tegen de afwijzing van bezwaar is bevestigd.