ECLI:NL:CRVB:2021:1959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ongehuwdenpensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant, sinds 2011 gehuwd en met zijn echtgenote woonachtig in Rusland, verzocht de Sociale verzekeringsbank om zijn AOW-pensioen te wijzigen naar de ongehuwdennorm op grond van duurzaam gescheiden leven. De Svb weigerde dit na onderzoek en huisbezoek, omdat uit de feitelijke situatie bleek dat appellant en zijn echtgenote een gezamenlijke levenssfeer onderhouden.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen sprake was van een definitieve en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving. De dagelijkse zorg voor elkaar, gezamenlijke huishoudelijke activiteiten en financieel onderhoud bevestigden dit.
In hoger beroep stelde appellant dat het toekennen van een gehuwdenpensioen onrechtvaardig was omdat hij en zijn echtgenote ieder hun eigen woning en kosten hebben in verschillende landen, en hij geen kostenvoordeel geniet. De Raad verwierp dit en bevestigde dat het feitelijk samenleven en de onderlinge zorg bepalend zijn voor duurzaam gescheiden leven.
De Raad verwees naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat het niet samenwonen op zich onvoldoende is om duurzaam gescheiden leven aan te nemen. Ook het beroep op gelijke behandeling faalde omdat de bijzondere juridische en sociale band van het huwelijk een rechtvaardiging vormt voor de verschillende behandeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot ongehuwdenpensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van duurzaam gescheiden leven.