Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, maar deze werd afgewezen omdat hij als studerende werd aangemerkt op grond van artikel 1:4, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wajong. Appellant volgde een leer-werktraject bij een horecocollege, gericht op het behalen van een erkend SVH horeca certificaat.
De rechtbank oordeelde dat het traject als onderwijs of beroepsopleiding moet worden gezien en dat de indicatie voor dagbesteding niet uitsluit dat sprake is van een opleiding. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of het Uwv voldoende onderzoek had gedaan en of de activiteiten bij het college als onderwijs konden worden aangemerkt.
De Raad concludeert dat het Uwv adequaat onderzoek heeft verricht, onder meer op basis van informatie van het college, appellant en diens ouders. Het leer-werktraject heeft een duidelijk opleidingsdoel en onderscheidt zich van dagbesteding. Het ontbreken van een BRIN-nummer is niet relevant omdat het gaat om niet erkende opleidingen onder de Wet studiefinanciering.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.