Uitspraak
19 3381 PW
INLEIDING
PROCESVERLOOP
PROCEDURE TOT NU TOE
HET OORDEEL VAN DE RAAD
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een startende zelfstandige, vroeg bijstand met terugwerkende kracht aan voor de periode van 1 november 2017 tot 18 januari 2018. Na een eerdere aanvraag die hij had ingetrokken, wees het college de aanvraag af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigden.
Appellant voerde aan dat hij onder druk de eerdere aanvraag had ingetrokken en dat hem telefonisch toezeggingen waren gedaan door de gemeente, waardoor hij mocht vertrouwen op bijstand met terugwerkende kracht. De Raad oordeelde dat appellant deze bijzondere omstandigheden niet aannemelijk had gemaakt en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inhoud van het telefoongesprek niet kon worden vastgesteld.
Hoewel de Raad erkende dat de handelwijze van de inkomensconsulent niet optimaal was, legde hij de verantwoordelijkheid bij appellant om zich tijdig te laten informeren en een nieuwe aanvraag in te dienen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen.