ECLI:NL:CRVB:2021:2019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging werkloosheidsuitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ontving een werkloosheidsuitkering. De minister legde hem meerdere maatregelen op vanwege onvoldoende sollicitatieactiviteiten in augustus en november 2018, waarbij de uitkering respectievelijk met 25% en 37,5% werd verlaagd.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet voldeed aan de verplichting om wekelijks te solliciteren en dat de opgelegde maatregelen terecht waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel voldoende had gesolliciteerd maar niet alle sollicitaties had vermeld in het Verslag werk en inkomen (VWI), en dat de minister onvoldoende informatie had verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen vrijstelling had van de sollicitatieplicht en onvoldoende concrete en verifieerbare sollicitatieactiviteiten had verricht. De opgelegde maatregelen waren proportioneel en rechtmatig. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de werkloosheidsuitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten en wijst het hoger beroep af.