ECLI:NL:CRVB:2021:2070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in AOW-uitkeringszaak
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak van 20 september 2019, waarin zijn verzet tegen een eerdere uitspraak werd afgewezen. Deze eerdere uitspraak betrof de niet-ontvankelijkheid van zijn hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.
De Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan deze criteria voldoen.
De financiële situatie van verzoeker werd wel genoemd, maar dit vormt geen grond voor herziening. De Raad benadrukt dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak.
Daarom wijst de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.