ECLI:NL:CRVB:2021:215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Werknemer was uitgevallen wegens psychische klachten na een overval en diende een WIA-aanvraag in. Het UWV legde een loonsanctie op aan de werkgever wegens het ontbreken van voldoende re-integratie-inspanningen. De werkgever maakte bezwaar en voerde aan dat werknemer geen benutbare mogelijkheden had, gesteund door een bedrijfsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en oordeelde dat de verzekeringsarts van het UWV voldoende had gemotiveerd dat er wel benutbare mogelijkheden waren. In hoger beroep betwistte de werkgever dit standpunt opnieuw, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad concludeerde dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht en dat het UWV de loonsanctie terecht in stand had gelaten. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees de proceskosten af.
Uitkomst: De loonsanctie wordt bevestigd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.