ECLI:NL:CRVB:2021:2164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, laatstelijk werkzaam als visueel ontwerper, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering vanaf april 2018. Het UWV beëindigde deze uitkering per december 2018 na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat appellante nog 66,63% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek zorgvuldig achtte en geen aanleiding zag tot een nader deskundigenonderzoek.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar handelingstempo extreem laag was en dat zij vanwege therapie en fysieke klachten een verdere urenbeperking behoefde. Zij overlegde aanvullende medische en arbeidsdeskundige rapporten. Het UWV handhaafde haar standpunt dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de voorbeeldfuncties passend zijn.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De Raad verwierp de aanvullende beperkingen en diagnoses van appellante omdat deze niet voldoende onderbouwd waren en niet strookten met de medische gegevens. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.