ECLI:NL:CRVB:2012:BW2226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen vaststelling loonaanvullingsuitkering WGA
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem een loonaanvullingsuitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 december 2009 juist was vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, met name dat ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld en dat zijn medische situatie was verslechterd. Hij voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts nader onderzoek had moeten verrichten en dat brieven van zijn neuroloog aanleiding hadden moeten zijn om de FML aan te passen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts. De brieven van de neuroloog bevatten geen nieuwe medische feiten die tot aanpassing van de FML zouden moeten leiden. De Raad onderschreef de beoordeling dat de geduide functies geschikt zijn en dat geen verdere beperkingen of urenbeperking noodzakelijk zijn.
De Raad zag ook geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het bezwaar en handhaaft de vaststelling van de WGA-loonaanvullingsuitkering zonder urenbeperking.