ECLI:NL:CRVB:2021:2177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag elektrische rolstoel wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante had een aanvraag ingediend voor een elektrische rolstoel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. De beslissing was gebaseerd op adviezen van het Indicatieadviesbureau (IAB), die concludeerden dat er geen noodzaak voor een elektrische rolstoel bestond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek door het IAB onzorgvuldig was en dat de adviezen onjuistheden bevatten. Zij stelde dat haar lichamelijke beperkingen en vermoeidheid haar belemmeren om zich gedurende de dag te verplaatsen, en dat andere hulpmiddelen onvoldoende zijn. Ter onderbouwing overhandigde zij een brief van haar fysiotherapeut.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden van beroep op juiste wijze had besproken en dat de brief van de fysiotherapeut geen nieuwe inzichten bood die relevant waren voor de periode tot het bestreden besluit. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een elektrische rolstoel wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.