ECLI:NL:CRVB:2021:2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en overschrijvingen
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Participatiewet met toepassing van de kostendelersnorm. De gemeente Zoetermeer ontdekte via bankafschriften kasstortingen en overschrijvingen die appellanten niet hadden gemeld, wat leidde tot intrekking en herziening van de bijstand en terugvordering van €4.631,35.
Appellanten voerden aan dat de overschrijvingen leningen waren voor het aflossen van belastingschulden en dat kasstortingen bijdragen van hun inwonende zoon waren in het kader van de kostendelersnorm. Deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt; er ontbraken bewijsstukken zoals een leningsovereenkomst en de samenhang tussen kasboek en stortingen was onduidelijk.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging of uitlating van het bestuursorgaan was gebleken dat de stortingen geen gevolgen zouden hebben voor de bijstand. Ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen werd verworpen, omdat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat sprake was van onaanvaardbare financiële gevolgen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van appellanten ongegrond verklaarde en oordeelde dat de stortingen en overschrijvingen terecht als inkomen werden aangemerkt en de bijstand terecht werd ingetrokken en teruggevorderd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en overschrijvingen wordt bevestigd.