Uitspraak
18.2689 WIA, 21/581 WIA
OVERWEGINGEN
Schadevergoeding
BESLISSING
€ 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als callcenter medewerker, meldde zich sinds 2005 wegens rugklachten ziek en ontving diverse WIA-uitkeringen. Na een herbeoordeling in 2016 beëindigde het Uwv haar WGA-uitkering, stellende dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellante stelde zich op het standpunt volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn en maakte bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep overwoog de Centrale Raad van Beroep dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Medische gegevens, waaronder een rapport van orthopedisch chirurg Schepel, wezen op het ontbreken van concrete aanknopingspunten voor verbetering na het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid. De Raad concludeerde dat appellante duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en herroept het eerdere besluit.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure is overschreden, zowel in de bestuurlijke als rechterlijke fase. De Raad veroordeelt het Uwv en de Staat tot betaling van een schadevergoeding en proceskosten aan appellante. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en kent appellante met ingang van 22 december 2016 een IVA-uitkering toe.
Uitkomst: Appellante krijgt met ingang van 22 december 2016 een IVA-uitkering toegekend wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.