ECLI:NL:CRVB:2021:2335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na herroeping AOW-toeslagbesluit
Appellant ontving een AOW-uitkering met toeslag, die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) bij besluit van 19 maart 2012 werd ingetrokken. Dit besluit werd later door de Raad van 27 februari 2015 herroepen wegens onrechtmatigheid, waarbij de Svb werd veroordeeld tot betaling van nabetaling en rente.
Appellant vorderde vervolgens vergoeding van materiële schade, zoals verhuiskosten en ziektekostenverzekering, en immateriële schade wegens geestelijk letsel door de procedure. De rechtbank wees deze vorderingen af wegens gebrek aan onderbouwing en causaal verband.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze afwijzing. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de materiële schade verband houdt met het onrechtmatige besluit en dat het geestelijk letsel niet voldoet aan de criteria voor immateriële schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 6:106 BW Pro.
De Raad concludeert dat het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van materiële en immateriële schade wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.