ECLI:NL:CRVB:2021:2413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderbijslagbesluit wegens niet-verzekerd zijn voor AKW
Appellant vorderde kinderbijslag voor zijn kinderen vanaf hun geboorte, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde dat hij niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) omdat hij zijn verblijf en werkzaamheden buiten Nederland niet had gemeld. De Svb herzag het besluit en vorderde terugbetaling van kinderbijslag, legde een boete op en weigerde kinderbijslag voor het tweede kind.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant niet als ingezetene kon worden aangemerkt en geen werkzaamheden in Nederland had verricht. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel verzekerd was, onder meer omdat hij inkomsten uit een Nederlandse onderneming genoot, maar de Raad volgde de Svb en rechtbank: appellant had onvoldoende onderbouwd dat hij aan de voorwaarden van artikel 9 BUB Pro 1999 voldeed.
De Raad concludeerde dat de kinderen niet in Nederland woonden op de peildata en dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door onjuiste gegevens te verstrekken. De boete werd passend geacht. Het verzoek om herziening van het besluit werd afgewezen en het hoger beroep faalde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete van de Svb worden bevestigd.