Uitspraak
20 866 ZW, 20/2072 ZW
21 januari 2020, 18/689 (aangevallen uitspraak 1) en 18/2065 (aangevallen uitspraak 2)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als junior commercieel administratief medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 25 april 2017 en daaropvolgende medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, De Klerk, die een zorgvuldig, inzichtelijk en consistent rapport uitbracht waarin hij de diagnoses van eerdere psychiaters besprak en weerlegde. De rechtbank volgde dit rapport en verklaarde de beroepen van appellante tegen de besluiten van het UWV ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde nieuwe rapporten van verzekeringsarts Hollander, die meer beperkingen aannamen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het rapport van De Klerk overtuigend is en dat de beperkingen in de FML voldoende rekening houden met de beperkingen van appellante.
De Raad concludeert dat het UWV de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd per 13 juli 2017 en 17 januari 2018 en ziet geen aanleiding voor aanvullende deskundigeninzage. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en de hoger beroepen worden verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering van appellante heeft beëindigd.