Betrokkene, werkzaam sinds 2014 bij het Erasmus MC, werd geschorst vanwege ernstige vermoedens van plichtsverzuim en onregelmatigheden in het kader van een onderzoek. De raad van bestuur legde hem onvoorwaardelijk ontslag op wegens drie gedragingen: ongeoorloofd inloggen op de computer van zijn leidinggevende, het wegnemen van een externe harde schijf en onregelmatigheden bij de verwerking van onderzoeksgegevens.
De rechtbank oordeelde dat gedraging III onvoldoende bewezen was en vernietigde het strafontslag, maar handhaafde het ontslag op andere gronden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde vast dat gedraging III wel degelijk plichtsverzuim oplevert, mede door het ontbreken van geloofwaardige onderbouwing van betrokkene en het aantasten van de integriteit van het onderzoek.
De Raad oordeelde dat de schorsing en verlengingen daarvan terecht waren vanwege de ernst van de situatie en de noodzaak van een ongestoord onderzoek. Betrokkene's verzoek tot toegang tot de digitale werkomgeving en kopieën van privébestanden werd eveneens afgewezen wegens het ontbreken van voldoende gronden.
Het hoger beroep van de raad van bestuur werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van betrokkene verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het strafontslag werd herroepen, en het ontslagbesluit werd gehandhaafd. Er werden geen proceskosten aan betrokkene toegekend.