ECLI:NL:CRVB:2021:2485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.T.H. Zimmerman
- E.J. Otten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over weigering mobiliteitstoeslag wegens niet-substantiële opleiding en schending gelijkheidsbeginsel
Betrokkene was per 1 november 2016 administratief geplaatst op een andere standplaats en volgde vervolgens een opleiding van 52 contactdagen en 39 zelfstudiedagen. De staatssecretaris weigerde een mobiliteitstoeslag toe te kennen omdat de opleiding niet als specifiek en substantieel werd aangemerkt en omdat betrokkene geen andere functie had gekregen.
De rechtbank oordeelde echter dat de opleiding wel substantieel was en kende de toeslag toe. In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat de opleiding vergelijkbaar was met een eerdere zaak waarin geen toeslag werd toegekend. De Raad volgde dit en vernietigde het eerdere vonnis.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat collega’s in gelijke omstandigheden wel een toeslag hadden ontvangen zonder dat de staatssecretaris dit had gemotiveerd. Hierdoor konden de besluiten niet in stand blijven.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene geen recht heeft op mobiliteitstoeslag wegens opleiding, maar dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden waardoor de besluiten worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld in proceskosten.