Uitspraak
20.4083 AW
.De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Stové.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam in een andere functie binnen de politie en verzocht om plaatsing in de functie van Operationeel Specialist B vanaf 1 juli 2016. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de cumulatieve criteria van de Notities Tijdelijke Tewerkstellingen (TTW), waaronder het minimaal drie jaar ononderbroken uitvoeren van de gevraagde functie, schriftelijke onderbouwing van de tijdelijke tewerkstelling en de inrichting van de functie in de formatie per 1 juli 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de referteperiode werkzaamheden had verricht die overeenkwamen met de niveaubepalende elementen van de functie Operationeel Specialist B. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel een hogere functie had uitgeoefend en deed een beroep op de hardheidsclausule vanwege reorganisatieproblemen.
De Raad oordeelde dat appellante niet onder de reikwijdte van de Notities TTW valt omdat zij formeel bij een ander team was geplaatst en haar werkzaamheden in de kern hetzelfde bleven. Het beroep op een andere functie (Bedrijfsvoeringsspecialist B) kon niet slagen omdat het verzoek specifiek ging om Operationeel Specialist B. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde vanwege verschillen in salarisschaal en formele plaatsing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot plaatsing in de functie Operationeel Specialist B wordt niet toegewezen.