ECLI:NL:CRVB:2021:2627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante was administratief medewerker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 25 mei 2018 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij met beperkingen meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar klachten onderschat waren en vroeg zij om een onafhankelijke deskundige. Het UWV verwees naar meerdere rapporten van verzekeringsartsen die de beperkingen en medische situatie adequaat hadden beoordeeld.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen passend waren beoordeeld en dat de functies medisch geschikt waren. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De ZW-uitkering is daarmee terecht beëindigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd na een zorgvuldig onderzoek.