ECLI:NL:CRVB:2021:2628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens andere klachten na auto-ongeval
Appellante, voormalig magazijnmedewerkster, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering. Na beëindiging van deze uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, meldde zij zich meerdere malen met toegenomen klachten. Het UWV weigerde telkens een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen omdat de klachten voortkwamen uit andere oorzaken dan de eerdere arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig en volledig medisch onderzoek had verricht en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend motiveerde dat er geen oorzakelijk verband was tussen de eerdere arbeidsongeschiktheid en de toename van de rugklachten, die voortvloeien uit een inzakkingsfractuur na een auto-ongeval.
In hoger beroep stelde appellante dat haar chronische rugklachten door het ongeval waren verergerd en dat het UWV onvoldoende bewijs had geleverd voor het ontbreken van een causaal verband. De Raad volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, bevestigde het besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen wegens andere klachten dan bij eerdere beoordeling.