ECLI:NL:CRVB:2021:2702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugwerkende beëindiging ziekengeld wegens strijd met rechtszekerheid
Appellante, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, had het ziekengeld van betrokkene per 4 mei 2018 beëindigd op grond van een verzekeringsartsrapport dat betrokkene geschikt achtte voor arbeid. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het met terugwerkende kracht was genomen en in strijd was met de rechtszekerheid. De rechtbank liet in het midden of betrokkene op 4 of 14 mei 2018 geschikt was.
Appellante stelde dat het recht op ziekengeld eindigde op 4 april 2019, maar de Raad oordeelde dat dit niet vaststaat en dat betrokkene niet duidelijk was gemaakt dat hij toen geschikt was. Betrokkene voerde aan dat het besluit van 13 november 2020, waarin het ziekengeld opnieuw met terugwerkende kracht werd beëindigd, eveneens in strijd was met rechtszekerheid en dat het onderzoek niet zorgvuldig was.
De Raad stelde vast dat betrokkene uit eerdere besluiten kon opmaken dat hij geschikt werd geacht en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief informatie van de huisarts. De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit en verklaarde het beroep tegen het besluit van 13 november 2020 ongegrond. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vernietiging van het terugwerkend beëindigen van het ziekengeld wordt bevestigd.