Uitspraak
18.5201 BBZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig zelfstandig boomkweker met chronische gezondheidsklachten sinds 1993, kreeg in 1996 een renteloze lening toegekend onder het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). De lening werd in 2002 vastgesteld en terugvordering werd in 2012 ingezet wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen. Appellant verzocht om kwijtschelding en stelde verjaring en dringende redenen aan zijn verzoek ten grondslag.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen en vernietigde het besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet voldeed aan de beleidsregels voor kwijtschelding en dat de vordering niet verjaard was. Ook waren de door appellant aangevoerde psychische, sociale en financiële omstandigheden onvoldoende om van terugvordering af te zien.
Het beroep op verjaring faalde omdat niet aan de vereiste termijn was voldaan. Het college had bovendien het verzoek om kwijtschelding terecht afgewezen op basis van het geldende beleid en de individuele omstandigheden. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de terugvordering van de Bbz-lening wordt afgewezen en het hoger beroep verworpen.