ECLI:NL:CRVB:2021:2734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende medische gegevens
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd bij het UWV, waarbij zij PTSS en concentratieproblemen vermeldde. De verzekeringsarts kon de aanvraag niet beoordelen vanwege onvoldoende medische gegevens, mede doordat appellante het spreekuur vroegtijdig verliet. Het UWV wees de aanvraag af wegens gebrek aan informatie en laattijdigheid, aangezien de aanvraag bijna zeven jaar na haar achttiende verjaardag werd ingediend.
In bezwaar en beroep bracht appellante aanvullende medische stukken in, waaronder rapporten van een GZ-psycholoog en huisarts, maar deze bevatten onvoldoende concrete informatie over haar situatie rond haar achttiende verjaardag. De rechtbank en de Raad oordeelden dat de bewijslast bij appellante ligt en dat het medisch beeld door het tijdsverloop moeilijk vast te stellen is.
Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat relevante verklaringen niet voldoende zijn meegewogen, maar de Raad vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldig onderzoek of onjuiste conclusies. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de aanvraag heeft afgewezen wegens onvoldoende gegevens om de arbeidsongeschiktheid op de achttiende verjaardag vast te stellen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt terecht afgewezen wegens laattijdigheid en onvoldoende medische gegevens.