ECLI:NL:CRVB:2021:2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende zelfstandigheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke ondersteuning en begeleiding. Het college heeft een maatwerkvoorziening voor begeleiding in natura verstrekt, maar de verstrekking van een pgb geweigerd omdat appellante begeleiding nodig heeft bij het invullen van formulieren en niet zelfstandig de pgb-taken kan uitvoeren.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogt appellante dat zij wel in staat is om de benodigde zorg te bepalen en in te schakelen en op de hoogte is van de pgb-verplichtingen.
De Raad oordeelt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellante niet zelfstandig de pgb-taken kan uitvoeren, mede vanwege haar taalbeperking en de noodzaak van begeleiding. Dit vormt een geldige grond voor de weigering van het pgb. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb wegens onvoldoende zelfstandigheid van appellante.