Uitspraak
18.1226 WMO2015, 18/2409 WMO2015
mr. D.T. Mooij verschenen. Betrokkene is vertegenwoordigd door mr. R. Kaya, advocaat, en [Y.].
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond;
- vernietigt het besluit van 7 maart 2018.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene heeft op grond van de Wmo 2015 een persoonsgebonden budget (pgb) aangevraagd voor individuele begeleiding, waarbij de zorg zou worden betrokken bij een zorgaanbieder. Appellant heeft dit pgb geweigerd omdat niet vaststond dat betrokkene met hulp van de beheerder, [Z.], de pgb-taken op verantwoorde wijze kon uitvoeren.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de relatie van [Z.] met de zorgaanbieder niet automatisch betekent dat hij de beheerstaken niet verantwoord kan uitvoeren. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat [Z.] als boekhouder van de zorgaanbieder niet onafhankelijk kan zijn en daardoor de belangen van betrokkene niet adequaat kan behartigen.
De Raad overwoog dat appellant in redelijkheid mocht oordelen dat betrokkene met hulp van [Z.] niet voldoende in staat is de pgb-taken verantwoord uit te voeren. De zakelijke relatie tussen [Z.] en de zorgaanbieder beïnvloedt de kritische afstand en daarmee de verantwoorde taakuitvoering. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Het besluit van 7 maart 2018 werd eveneens vernietigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb wordt terecht geweigerd wegens onvoldoende verantwoorde taakuitvoering met hulp van de beheerder.