ECLI:NL:CRVB:2021:278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering urenbeperking
Appellante, sinds 2003 werkzaam als administratief medewerkster, heeft sinds 2010 te maken met vermoeidheidsklachten en heeft meerdere keren een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft telkens geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. Appellante stelde zich zwaarder beperkt door CVS en verwees naar een medische rapportage van Ergatis met een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die beperkingen en een urenbeperking van gemiddeld 6 uur per dag aangaf.
De rechtbank vernietigde eerder het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering waarom de urenbeperking van Ergatis niet werd overgenomen. Het UWV nam een nieuw besluit, maar de Raad oordeelt dat ook dit besluit niet voldoende gemotiveerd is omdat de verzekeringsarts niet kenbaar heeft getoetst aan de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid en onvoldoende rekening hield met het dagverhaal en lichamelijk onderzoek.
De Raad volgt appellante niet in haar stelling dat zij volledig arbeidsongeschikt is, maar oordeelt dat het UWV de medische beperkingen van Ergatis, inclusief de urenbeperking, dient over te nemen. Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook beslist moet worden over het verzoek van appellante om schadevergoeding wegens wettelijke rente over de na te betalen uitkering. De Raad wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn af en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de urenbeperking en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarin de beperkingen van Ergatis worden overgenomen.