ECLI:NL:CRVB:2021:2793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde kasstortingen
Appellante ontvangt bijstand en werd onderzocht in het kader van het project Heronderzoek PW 2018. Tijdens dit onderzoek werden kasstortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening geconstateerd die zij niet had gemeld aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag terug, omdat deze stortingen als inkomen werden beschouwd.
Appellante stelde dat de stortingen geen inkomen waren maar doelbetalingen voor herdenkingsbijeenkomsten van overleden familieleden. De Raad oordeelde echter dat deze betalingen, gezien de aard en het gebruik, als inkomen moeten worden aangemerkt. De verklaringen van familieleden waren onvoldoende om het tegendeel te bewijzen.
De Raad verwierp ook het beroep op vertrouwen in een toezegging dat alle betalingen in mindering zouden worden gebracht, omdat alleen betalingen aan de kerk als niet-inkomen waren erkend. De herziening en terugvordering zijn daarmee terecht en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet-gemelde kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen.