ECLI:NL:CRVB:2021:2797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit AOW wegens onvoldoende bewijs woonplaats appellant
Appellant ontvangt sinds 2000 een AOW-pensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde. Na zijn echtscheiding in april 2014 herzag de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen op basis van een anonieme tip dat appellant in Marokko woonde. De Svb voerde een onderzoek uit, waaronder een gesprek met appellant op 26 april 2017, waarbij een onbevoegde tolk werd ingezet.
De Svb herzag het pensioen en legde een boete op wegens vermeende onjuiste informatie over de woonsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het vragenformulier onbetrouwbaar was omdat hij de vertaling niet goed kon verstaan en de antwoorden niet zelf had ingevuld. De Raad stelde vast dat de verslaglegging onvoldoende waarborgde dat de antwoorden juist waren en dat er onvoldoende feitelijke grondslag was voor de herziening en terugvordering.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het boetebesluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Svb werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening en terugvordering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van woonplaats appellant.