ECLI:NL:CRVB:2021:2812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziekengeld na 52 weken ziekte volgens artikel 19aa ZW
Appellante, voormalig medewerkster tuinbouw, meldde zich ziek op 13 augustus 2018 en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW). Na een verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling in augustus 2019 besloot het UWV het ziekengeld per 23 september 2019 te beëindigen, omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige gronden door het UWV overtuigend waren onderbouwd en appellante geen nieuwe argumenten aandroeg. Appellante stelde in hoger beroep dat de beoordeling niet rechtsgeldig was omdat deze plaatsvond vóór het verstrijken van de 52 weken ziekte, zoals vereist in artikel 19aa ZW.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling voorafgaand aan het verstrijken van de 52 weken gebruikelijk is en dat artikel 19aa ZW geen verbod inhoudt om eerder te beoordelen. Dit voorkomt dat een ZW-uitkering niet tijdig kan worden beëindigd. De Raad onderschreef de motieven van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.