ECLI:NL:CRVB:2021:2835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellant diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort, die werd afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn financiële situatie. Hij verstrekte niet de gevraagde bewijsstukken over zijn werkzaamheden als zzp-er, zijn opleiding en een letselschadeprocedure, en gaf geen verklaring over diverse pintransacties op zijn bankafschriften.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt recht te hebben op bijstand. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij in een precaire financiële situatie verkeerde en dat het college niet bevoegd was om gegevens over een langere periode dan drie maanden voorafgaand aan de aanvraag te vragen.
De Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het college op grond van vaste rechtspraak inzage mocht verlangen in bankafschriften over een langere periode, gezien de omstandigheden dat appellant sinds 2017 geen inkomsten had en leefde van spaargeld en leningen van familie. Appellant bracht geen nieuw bewijs in hoger beroep. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.