ECLI:NL:CRVB:2021:2892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Wajong-uitkering met terugwerkende kracht ondanks studiefinanciering
Appellante ontving sinds 2012 een Wajong-uitkering op grond van de werkregeling. Vanaf september 2015 volgde zij een Mbo-opleiding en ontving studiefinanciering vanaf november 2015. Het UWV herzag in december 2018 de uitkering met terugwerkende kracht vanaf januari 2017 naar de studieregeling en vorderde onverschuldigde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV het beleid consistent had toegepast. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar beperkingen niet in staat was haar financiële belangen te behartigen en dat terugvordering onterecht was.
De Raad oordeelde dat appellante ondanks haar lichte verstandelijke beperking en psychische problematiek in staat was haar belangen te behartigen, mede door begeleiding vanuit haar opleiding. Het UWV had terecht het beleid toegepast en de herziening met terugwerkende kracht vastgesteld. Er waren geen dringende redenen om terugvordering te matigen of af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de Wajong-uitkering met terugwerkende kracht bevestigd.