ECLI:NL:CRVB:2021:2988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beoordeling competenties ambtenaar en afwijzing schadevergoeding
Appellante was werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen en kreeg in een Resultaat- en Ontwikkelingsgesprek over april 2015 tot maart 2016 een negatieve beoordeling op competenties en een eindoordeel 'onvoldoende'. Dit leidde tot het niet verlengen van haar tijdelijke aanstelling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep stelde appellante dat de beoordeling onjuist was vastgesteld en dat de vertaling van haar Engelstalige stukken onrechtmatig was.
De Raad oordeelde dat de beoordeling op competenties en het eindoordeel 'nog niet voldoende' hadden moeten zijn in plaats van 'onvoldoende'. De communicatieproblemen van appellante waren echter wel aannemelijk. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het onrechtmatige besluit geen inkomensschade veroorzaakte en reputatieschade voldoende werd gecompenseerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en wijzigde de beoordeling, wees het schadevergoedingsverzoek af en veroordeelde het college van bestuur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de beoordeling gewijzigd naar 'nog niet voldoende', het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.