ECLI:NL:CRVB:2021:2998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, een voormalig timmerman, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte door lichamelijke klachten en een val. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering per 5 juli 2017 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en beroep bleef deze beoordeling gehandhaafd. Later werd een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend per 1 april 2018, maar deze werd per 1 juli 2018 beëindigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen onjuist waren, onder meer vanwege zijn opname in het ziekenhuis en vermeende ongeschiktheid voor de geselecteerde functies. De Raad oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd waren, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de arbeidskundige selectie van functies passend was. Het verzoek om een cardioloog als deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees de verzoeken om schadevergoeding wegens wettelijke rente af. Wel werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De Staat werd tevens veroordeeld in de proceskosten van appellant voor dit verzoek.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en beëindiging van de WGA-uitkering, wijst de beroepen af en kent een schadevergoeding van €500 toe wegens termijnoverschrijding.