ECLI:NL:CRVB:2021:3052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mate van arbeidsongeschiktheid op 59,98% in WIA-procedure
Appellant, voormalig medewerker orchideeënteelt, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant voor 59,98% arbeidsongeschikt is en keerde een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar dit werd door het UWV en vervolgens door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn vanwege een hernia en aanstaande operatie, en betwistte hij de geschiktheid van de geselecteerde functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling, inclusief een MRI-scan en rapportages van verzekeringsartsen, geen aanleiding geeft om de beperkingen te wijzigen. Ook de toekenning van een driewielfiets op grond van de Wmo leidt niet tot een andere beoordeling.
De Raad volgt het oordeel dat de geselecteerde functies passend zijn binnen de vastgestelde beperkingen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is terecht vastgesteld op 59,98% en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.