ECLI:NL:CRVB:2021:322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatwerkvoorziening dagbesteding en afwijzing schadevergoeding Wmo 2015
Appellante had een indicatie voor begeleiding op grond van de AWBZ en ontving hulp bij het huishouden op grond van de Wmo, welke werd voortgezet onder de Wmo 2015. Na een herbeoordeling en een aanvraag op grond van de Wmo 2015 verstrekte het college een maatwerkvoorziening in de vorm van dagbesteding, aanvankelijk zes dagdelen per week. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd het besluit aangepast en bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid af, maar kende een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat de verstrekking in dagdelen onvoldoende bepaald was, dat vervoerkosten ten koste gingen van het dagbestedingsbudget, en dat de kwaliteit van de zorg onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat de verstrekking in dagdelen wel voldoende bepaald is, mede omdat een dagdeel vier uren omvat. Het college verstrekt een aparte vervoertoeslag, zodat het budget voor dagbesteding niet wordt aangetast. Klachten over de kwaliteit van zorg kunnen via een klachtprocedure worden ingediend. De psychische klachten van appellante waren bekend en meegenomen. Het verzoek om schadevergoeding wegens immateriële schade werd afgewezen omdat geen ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer was aangetoond en het verzoek onvoldoende was onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.