ECLI:NL:CRVB:2021:3294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens belastbaarheid in functie inpakster
Appellante, met rugklachten en eerdere ziekte-uitval, werkte als inpakster in WSW-verband. Na een medische beoordeling door een verzekeringsarts werd zij per 24 oktober 2019 als belastbaar voor haar functie en een andere geschikte functie beoordeeld. Het Uwv beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, maar beide werden ongegrond verklaard door het Uwv en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om aanvullende medische informatie te laten meewegen. Zij vroeg om een onafhankelijke deskundige en verwees naar financiële belemmeringen om zelf een expertise te laten uitvoeren.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunt kenbaar te maken en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De medische informatie ondersteunde het oordeel dat zij geschikt was voor haar functie als inpakster. Er was geen sprake van schending van het beginsel van equality of arms en het hoger beroep werd verworpen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.