ECLI:NL:CRVB:2021:3313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechters in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam in zaken tegen het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Tijdens de procedure werd verzoeker geïnformeerd over de namen van de behandelend rechters. Op 7 december 2021 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen deze rechters, stellende dat er sprake zou zijn van onzorgvuldigheid en schijn van partijdigheid.
De Centrale Raad van Beroep heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 en Pro 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013. Uit de beoordeling bleek dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangedragen die de rechterlijke onpartijdigheid in gevaar zouden brengen. Het verzoek was onvoldoende gemotiveerd en bevatte geen specifieke aanwijzingen ter onderbouwing van het vermoeden van partijdigheid.
Daarom heeft de wrakingskamer besloten het verzoek niet in behandeling te nemen zonder een zitting te houden. Tevens is er geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De beslissing is op 29 december 2021 in het openbaar uitgesproken door voorzitter B.J. van de Griend en leden E. Dijt en L.M. Tobé, in aanwezigheid van griffier S.C. Scholten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechters wordt niet in behandeling genomen wegens gebrek aan motivatie.