ECLI:NL:CRVB:2022:47
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand op grond van Wtcg en CER wegens volledige vergoeding via gemeentelijke regeling
Appellant vroeg bijzondere bijstand op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie Eigen Risico (CER), maar het college wees dit af omdat hij reeds een volledige vergoeding ontvangt via de gemeentelijke Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de overgangsregeling en de aanvullende bijzondere bijstand voor dieetkosten en andere zorgkosten voldoende compensatie boden. Appellant stelde in hoger beroep dat hij er financieel op achteruit was gegaan en onvoldoende gecompenseerd werd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht had op meer bijzondere bijstand dan toegekend en dat het college voldoende maatwerk heeft verricht. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.