ECLI:NL:CRVB:2021:3325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij zorgovereenkomst Wlz
Appellant is geïndiceerd voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en heeft een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor 2018. Hij sloot een zorgovereenkomst met Raja Thuiszorg B.V., die het zorgkantoor niet goedkeurde omdat onduidelijk was welke zorg daadwerkelijk werd geleverd en of dit Wlz-zorg betrof.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de geleverde zorg en appellant geen aanvullende informatie verstrekte. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn maatschappelijke positie en taalbarrière, en dat Raja goede zorg verleende.
Het zorgkantoor stelde dat appellant geen procesbelang meer had, omdat hij geen declaraties had ingediend en geen nieuwe zorgovereenkomst ter goedkeuring had voorgelegd. Appellant verscheen niet op de zitting en beantwoordde geen vragen over zijn procesbelang.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep en dat dit ontbreekt als het beoogde resultaat niet kan worden bereikt of geen feitelijke betekenis heeft. Gezien het ontbreken van declaraties en het niet verschijnen van appellant, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.