ECLI:NL:CRVB:2021:3336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was sinds maart 2011 arbeidsongeschikt vanwege knieklachten en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het UWV voerde een herbeoordeling uit, waarna het besluit werd genomen haar uitkering te beëindigen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
In bezwaar en beroep werd het medisch onderzoek door het UWV betwist, met name omdat appellante niet door een geregistreerde verzekeringsarts was onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het ontbreken van een onderzoek door een verzekeringsarts in de bezwaarfase een ernstig gebrek is, waardoor het medisch onderzoek niet met de vereiste zorgvuldigheid is verricht. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en moet het het betaalde griffierecht aan appellante vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek.