ECLI:NL:CRVB:2021:346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking WGA-uitkering wegens ongeschiktheid functie Operator Assemblage
Appellante, met ernstige longklachten, was sinds 2004 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 13 maart 2017 in op grond van het oordeel dat appellante geschikte functies kon vervullen met minder dan 35% inkomensverlies.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij niet met lijmstoffen kan werken vanwege haar gezondheid. Na onderzoek stelde het UWV dat drie functies geschikt waren, waaronder Operator Assemblage, waar wel met lijm wordt gewerkt maar volgens het UWV de dampen afgezogen worden.
De Raad oordeelt dat blootstelling aan lijmdampen volledig moet worden vermeden en dat de functie Operator Assemblage daarom niet geschikt is. Omdat zonder deze functie onvoldoende geschikte functies resteren, is de intrekking van de WGA-uitkering onterecht.
Het bestreden besluit wordt vernietigd, het eerdere besluit herroepen en de WGA-uitkering wordt ongewijzigd voortgezet vanaf 13 maart 2017 met nabetaling en wettelijke rente. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WGA-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt ongewijzigd voortgezet met nabetaling en rente.