ECLI:NL:CRVB:2021:379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde woonkostentoeslag door college
Appellante ontving sinds 2013 bijstand en woonkostentoeslag toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. In februari 2017 betaalde het college abusievelijk een bedrag van €8.657,56 uit, waarvan €7.602,47 een dubbele betaling betrof over negentien maanden woonkostentoeslag.
Het college vorderde terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder e, van de Participatiewet. Appellante voerde aan dat zij niet begreep dat het bedrag onverschuldigd was en dat meerdere verrekeningen haar zicht op de betalingen hadden belemmerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat het bedrag onverschuldigd was betaald en dat het college in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot terugvordering. De aangevallen uitspraak wordt met verbetering van gronden bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht het bedrag van €7.602,47 aan onverschuldigde woonkostentoeslag mag terugvorderen.