Uitspraak
19 5320 PW
PROCESVERLOOP
mr. Toonen verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand over meerdere perioden en werd verdacht van het verrichten van werkzaamheden als drugskoerier. Na onderzoek door de Sociale Recherche Flevoland en de politie werd geconcludeerd dat appellante op geld waardeerbare activiteiten als drugskoerier had verricht. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de aantijgingen en stelde dat het bewijs onvoldoende concreet en overtuigend was, en dat het dossier onvolledig was. De Raad oordeelde dat de verklaringen van getuigen X en Y voldoende concreet en gedetailleerd waren om het standpunt van het college te ondersteunen.
De Raad stelde vast dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door haar werkzaamheden niet te melden, en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.