ECLI:NL:CRVB:2021:408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bruikleenauto en bevestiging financiële tegemoetkoming Wmo
Appellante vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) om een vervoersvoorziening in de vorm van een bruikleenauto en een financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten. Na uitgebreid medisch onderzoek en meerdere adviezen, waaronder van een medisch adviseur en psychiaters, concludeerde het college dat er geen medische noodzaak was voor een bruikleenauto. Het college verstrekte appellante een financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een procedurele onzorgvuldigheid, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante stelde dat het bindend advies van de mediator Nicolaï niet voldoende was meegewogen en dat haar medische situatie was verslechterd. Ook voerde zij aan dat de berekening van de vergoeding onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en verwierp de beroepsgronden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de bruikleenauto wordt bevestigd met handhaving van de financiële tegemoetkoming.