ECLI:NL:CRVB:2021:47
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen op weigering Wajong-uitkering zonder nieuwe feiten
Appellante diende in 2015 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die door het UWV werd geweigerd. In 2017 verzocht zij om heroverweging, maar het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het UWV terecht oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij destijds geen arbeidsvermogen had en dat haar beperkingen toenamen binnen de vijfjaarsperiode. De Raad concludeerde echter dat de medische informatie en andere stukken geen nieuwe of andere problematiek aantoonden ten tijde van haar achttiende jaar dan reeds bekend was bij de eerdere beoordeling. Tevens was aannemelijk dat appellante in die periode arbeidsvermogen had, gezien haar opleiding, stages en werkervaring.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het UWV bevoegd was het verzoek om terug te komen op het besluit af te wijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro en dat er geen sprake was van evidente onredelijkheid. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.