ECLI:NL:CRVB:2021:516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken bezwaar en beroep bij WIA-uitkering
Appellant was administratief medewerker en viel uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 40,37%. Werkgeefster maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het UWV het bezwaar gegrond verklaarde en de arbeidsongeschiktheid verhoogde naar 74,78%.
Werkgeefster stelde beroep in tegen dit besluit, maar appellant maakte zelf geen bezwaar of beroep. In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege psychische klachten zijn situatie niet goed kon overzien en hem daarom niet verweten kon worden geen bezwaar of beroep te hebben ingesteld. De Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt omdat hij geen medische stukken had overgelegd en uit het dossier niet bleek dat hij niet in staat was bezwaar of beroep in te stellen.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen sprake van een nadelige rechtspositie voor appellant en geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar en beroep.