ECLI:NL:CRVB:2021:56
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid na ontwikkeltraject
Appellante was sinds 1989 werkzaam bij de rechtbank en werd na conflicten en onvoldoende functioneren in een ontwikkeltraject geplaatst. Na evaluaties en een conflictueuze periode werd het ontwikkeltraject beëindigd en werd zij ontslagen wegens onbekwaamheid en ongeschiktheid, primair, en subsidiair wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar melding van pestgedrag niet adequaat werd opgepakt en dat het bestuur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij onbekwaam was. Ook betwistte zij de subsidiaire ontslaggrond.
De Raad stelde vast dat het bestuur voldoende concrete gedragingen had genoemd die haar ongeschiktheid onderbouwden. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze gedragingen onjuist waren vastgelegd. Haar conflictueuze houding, het niet kunnen accepteren van feedback en het sturen van een ongepaste e-mail aan collega’s ondersteunden het ontslagbesluit.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp de gronden van appellante. Het bestuur was bevoegd het ontslag te verlenen en had dit in redelijkheid gedaan. De subsidiaire ontslaggrond behoefde geen bespreking meer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.