ECLI:NL:CRVB:2021:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit UWV over loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Appellante was sinds maart 2014 ziek gemeld met burn-out klachten en ontving vanaf februari 2016 een WIA-uitkering van 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV oordeelde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht en legde geen loonsanctie op. Appellante maakte bezwaar tegen dit oordeel, onder meer vanwege een ernstig arbeidsconflict en nalatig handelen van de bedrijfsarts, zoals bevestigd door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat het UWV het beoordelingskader van de Beleidsregels poortwachter niet correct heeft toegepast en onvoldoende rekening heeft gehouden met benutbare mogelijkheden en het arbeidsconflict. De bedrijfsarts heeft structureel nalatig gehandeld en de werkgever heeft onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het besluit van het UWV voor zover het geen loonsanctie oplegt, en stelt dat de werkgever ten onrechte geen loonsanctie is opgelegd. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en legt het UWV de proceskosten van appellante op.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om geen loonsanctie op te leggen wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever.